Leerlingen motiveren met certificaten

Het lesgeven aan een groep ongemotiveerde pubers is te vergelijken met het tegen de Mont Blanc op fietsen op een bakfiets met lekke banden. Niet echt prettig. Maar het kan anders!

De vier elementen die leerlingen gefocust houden

Psychologen hebben lang geleden ontdekt dat mensen beter op hun werk, spel of activiteit gefocust blijven als het de volgende vier elementen bevat:

  1. Een doel,
  2. Controle over de situatie,
  3. Een manier om de score bij te houden,
  4. Een beloning als het doel bereikt is.

Praktische uitwerking van deze elementen

Doen in vakportfolio en AVO portfolio zijn eenvoudig. Maar één van de redenen waarom het zo goed werkt is dat het o.a. gebaseerd is op de bovenstaande beproefde methode om leerlingen te motiveren. In deze handleiding leest u hoe u deze principes op eenvoudige wijze in de dagelijkse praktijk werkt.

Element 1 – doel geven

We beginnen met het formuleren van doelen voor de leerlingen. Het doel is het leren van de diverse vaardigheden, technieken of opdrachten uit het vakportfolio of uit de AVO map. Het beheersen van deze vaardigheden maakt de leerling op dit gebied zelfredzaam of geeft een solide basis voor de toekomst (in arbeid of dagbesteding). Als de leerling deze doelen heeft bereikt, krijgt hij/zij als bewijs een beloning een certificaat.

Aan de leerlingen wordt verteld, dat het certificaat een bewijs is van de vaardigheden die ze beheersen. Een bewijs waar ze trots op kunnen zijn. Dat ze het certificaat in hun rapport map kunnen doen, thuis kunnen laten zien of kunnen gebruiken om een goede stageplek te vinden.

Zo werken we op een eenvoudige manier aan de eerste voorwaarden om de leerlingen gefocust te houden en te motiveren: we geven ze een doel om te bereiken.

Element 2 – controle geven

Om gemotiveerd te kunnen raken is het belangrijk dat de leerling controle heeft over zijn eigen prestaties. Het doen in portfolio nodigt uit tot zelfstandig werken. elk onderdeel kan worden uitgevoerd door stap voor stap de vaardigheden met het uit te voeren. Het WPS bord, de doe en kenniskaarten zorgen dat de leerlingen zoveel mogelijk zelfstandig kunnen werken. Dit geeft de leerkracht de mogelijkheid de leerling zoveel mogelijk te coachen. Natuurlijk zal niet elke leerling alles direct begrijpen. Soms is er extra instructie nodig. De verantwoordelijkheid van de leerling voor hun eigen leerproces word stap voor stap veder uitgebreid. Eerst leren de leerling hun eigen vaardigheden te beoordelen aan de hand van het ontwikkelformulier. Daarna wordt leerlingen geleerd dat ze zelf verantwoordelijk zijn voor het aftekenen van een onderdeel. Leerlingen kunnen zelf naar een leerkracht komen als ze denken dat er een onderdeel afgetekend kan worden.

Op deze manier wordt er gewerkt aan de tweede voorwaarde om de leerling gefocust te houden en te motiveren: leerlingen hebben controle en zeggenschap over hun prestaties.

Element 3 – score bijhouden

In het vakportfolio en in de AVO map zitten beoordelingslijsten. Hierin kan afgetekend worden, dat een leerling een bepaald onderdeel beheerst.

Het is altijd weer interessant om te zien hoe de leerling gestimuleerd worden als hun prestaties erkend worden. In dit geval door het aftekenen van een bepaalt onderdeel. Het brengt de wil om hun best te doen naar boven.

Element 4 – beloning even

Beheerst de leerling alle onderdelen, dan worden ze beloond met een certificaat!